Sclerotherapie en embolisatie

Deze behandelingen kunnen worden ingezet bij

Inspuitbehandelingen: sclerotherapie & embolisatie

Sclerotherapie en embolisatie zijn termen die vaak door elkaar worden gebruikt. Met beide wordt  bedoeld dat de afwijkende vaten van de vasculaire malformatie worden afgesloten. Er zijn twee manieren om dat te doen:

  1. door iets in te brengen waardoor het bloedvat verstopt raakt (emboliseren), - of - 
  2. door de wand van het bloedvat zodanig te beschadigen dat daardoor het bloedvat verstopt, (scleroseren).

De behandeling van arterioveneuze malformaties en veneuze of lymfatische malformaties verschilt in grote mate.

De behandeling van veneuze of lymfatische malformaties (sclerotherapie)

In de afwijkend gevormde venen (aders) of lymfvaten stroomt het bloed of het lymfvocht heel langzaam of staat stil. Uitzetting van de afwijkende bloedvaten door bijvoorbeeld stolling van het bloed of door reactie op infectie kan pijn- en stuwingsklachten geven.
 
De behandeling bestaat uit het inspuiten van een vloeistof, middels dunne naalden die door de huid heen worden gestoken. Dit beschadigt de wand van de aders/lymfevaten, hetgeen een ontstekingsreactie veroorzaakt. Hierdoor verschrompelen de vaten uiteindelijk en wordt de afwijking kleiner. 
Voor deze behandelingen wordt met name de term sclerotherapie gebruikt. 

Er zijn verschillende middelen beschikbaar om deze behandelingen uit te voeren, waaronder alcohol, Aethoxysclerol, Aethoxysclerol-foam, bleomycine, OK432, STS. 

De keuze van het in te spuiten middel zal afhankelijk zijn van de locatie van de afwijking, de uitgebreidheid en de klachten. Hierbij moet ook het risico op complicaties moet worden ingeschat. Als de afwijking bijvoorbeeld heel oppervlakkig (in de huid) ligt of als de afwijking langs een grote zenuw loopt zal een afweging moeten gemaakt welke vloeistof het best kan worden toegepast met de minste kans op complicaties.

Keuze van het soort vloeistof wordt ook bepaald door de ervaring van de behandelaar met de betreffende vloeistof en daardoor wordt er mogelijk per centrum een andere afweging gemaakt.

Met name bij de uitgebreide veneuze of lymfatische malformaties zal niet met één behandelsessie kunnen worden volstaan. Vaak zijn meerdere behandelingen nodig om voldoende vermindering van klachten zoals pijn te bewerkstelligen. Soms blijkt de pijnreductie onvoldoende en moet worden overgestapt naar een van de andere behandelopties. 
Deze afweging zal echter altijd samen met u worden gemaakt.

De behandeling van arterio-veneuze malformaties (AVM) (embolisatie)


Bij een AVM zijn de haarvaatjes (capillairen) afwijkend aangelegd. Haarvaatjes zijn de verbinding tussen de slagader en de ader. Bij een AVM zijn de diameters van de afwijkende haarvaatjes groter dan de diameter van een normaal haarvat, waardoor het slagaderbloed versneld wordt afgevoerd naar de aders. De kluwen afwijkende haarvaatjes vormen de kern van het AVM en wordt ook wel de nidus van het AVM genoemd. Hoe de nidus is samengesteld hangt af van het aantal afwijkende haarvaatjes en de manier waarop ze verbonden zijn met de aders. De behandeling van een AVM bestaat uit het afsluiten van deze abnormale haarvaatjes. Dit soort behandelingen worden embolisaties genoemd.

Hoe de embolisatie wordt uitgevoerd zal sterk afhangen van samenstelling van de nidus. Voordat een behandelplan kan worden gemaakt zal de nidus eerst, middels een angiografie, worden beoordeeld. 
Het behandelen van een AVM vergt een hoge mate van expertise. Indien níet de afwijkende haarvaatjes worden afgesloten zal er een hoge kans op het optreden van een recidief zijn, aangezien de oorzaak, de afwijkende haarvaatjes, dan niet is weggenomen. Er worden vele middelen (alcohol, onyx, coils), al dan niet in combinatie, gebruikt om de haarvaatjes af te sluiten. De middelen kunnen worden ingebracht via een katheter in het bloedvat of via naalden die direct via de huid in de nidus worden geplaatst. 
Zeer vaak is een aantal procedures met tussenpozen van een aantal maanden noodzakelijk om uiteindelijk een volledige afsluiting van de nidus te verkrijgen. Als dit lukt (in 60-70% van de gevallen) dan is het AVM volledig uitgeschakeld en zal het AVM niet meer terugkomen. Indien dit niet volledig lukt en de nidus alleen kan worden verkleind, zullen wel de symptomen zijn afgenomen, maar bestaat het risico op weer toename in de toekomst. 

Anesthesie

Alle AVM-behandelingen en ook de meeste veneuze en lymfatische malformatie-behandelingen vinden onder algehele narcose of diepe sedatie plaats. Alleen als de veneuze malformatie of lymfatische malformatie zeer oppervlakkig in de huid is gelegen kan soms met lokale verdoving (of zonder verdoving) worden volstaan. 

Dagbehandeling

Het merendeel van de vasculaire malformatie-behandelingen vindt in dagbehandeling plaats. Alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden is opname gedurende een aantal dagen noodzakelijk. Uw behandelend arts zal u hierover uitgebreid informeren bij het bespreken van het behandelplan. 

Postoperatief/herstelfase thuis

De herstelfase en de te verwachten klachten thuis zullen sterk afhankelijk zijn van het soort vasculaire malformatie en de uitgebreidheid van de afwijking. De zwelling van het behandelde gebied kan tot 6 weken aanhouden en kan soms pijnklachten geven. Bij de meeste patiënten is de zwelling na 1-2 weken al sterk afgenomen. Ook hiervoor geldt dat dit uitgebreid tijdens de bespreking van het behandelplan aan bod zal komen. 

Wie doet dit soort behandelingen?

De behandelingen worden door een van de teamleden uitgevoerd. Afhankelijk van de complexiteit en de benodigde apparatuur kan dat de dermatoloog, chirurg of interventieradioloog zijn. 

Gecombineerde ingrepen

Soms wordt de embolisatie of sclerotherapie uitgevoerd samen met een chirurgische ingreep of wordt na een serie embolisatie- of sclerotherapie-behandelen de restafwijking middels chirurgie verwijderd. Een dergelijk behandelplan zal samen met u uitgebreid worden besproken.

Algemeen: Voorbereiding op de behandeling

  • Als voorbereiding op de behandeling wordt u een aantal vragen gesteld over medicijngebruik en allergieën.
  • Als u bloedverdunners gebruikt zal de arts u adviseren of u met deze medicijnen moet stoppen of niet.
  • Als u overgevoelig bent voor contrastvloeistof, meld dit a.u.b. aan uw behandelend arts en de radioloog. Er kunnen dan voorzorgsmaatregelen getroffen worden om het risico op een allergische reactie te verkleinen.
  • Bij gebruik van contrastvloeistof bestaat er bij mensen met nierfunctiestoornissen of met diabetes een risico op verslechtering van de nierfunctie. Er kunnen voorzorgsmaatregelen getroffen worden om dit risico te verkleinen.

 

Bent u patiënt of mantelzorger en heeft u een vraag?

Heeft u na het lezen van deze tekst nog meer vragen? Kijk dan bij onze veelgestelde vragen.

Naar veelgestelde vragen
Weet u wat u moet doen in een spoedsituatie?
Wat te doen bij spoed